Gehard smeedijzeren rond zaagblad aan een messing trommel. Aan de bovenzijde van de trommel zit een draaihandle, zoals bij een draailier. Deze handle heeft een hoornen handvatDe lengtebeweging van de zaag is bij dit instrument veranderd in een roterende. De gehele stang met de tandwieltjes is omgeven door een vlakke conische buis van koper, waarvan het einde gesloten is met een deksel, waaruit de kruk tevoorschijn komt. De tandverhouding is 21/7, zodat men de kruk 3x moet draaien tegen 1x de zaag. Oorspronkelijk was dit andersom, maar werd door von Graefe veranderd, omdat het instrument dan moeilijker te hanteren was. Zou volgens Seerig toch beter andersom kunnen, daar de zaag het meer moet hebben van zijn snelle beweging, dan van zijn druk en men bovendien dan slechts een derde van de schokjes krijgt, die zich bij iedere omwenteling voordoen.