Deze planten groeiden tussen 1681 en 1686 in de Leidse hortus botanicus. De afbeeldingen ervan nam de toenmalige prefect Paul Hermann op in zijn ‘Horti academici Lugduno-Batavi catalogus’, een alfabetische lijst van planten in de Leidse academische tuin gepubliceerd in 1687. Uit deze inventaris blijkt dat de collectie onder Hermann gegroeid was tot meer dan 3000 soorten, waaronder vele planten uit Afrika, Azië en Amerika. Paul Hermann had veel van deze exotische planten zelf mee teruggenomen van zijn verblijf als VOC-arts in Afrika en Azië tussen 1672 en 1680. Ook liet hij een glazen kas bouwen om de tropische planten, waaronder veel vetplanten van Kaap de Goede Hoop, in leven te houden.
Documentatie
Prent zit in boek: (BOERH f 7276) Paulus Hermannus, Horti academici Lugduno-Batavi catalogus (Leiden 1687) frontispice.