Om [vermeendere?] identiteit aan te toonen, den onder mij berustende forceps waar mede Mevrouw de Princes van Orange, echtgenoot van Willem de Vijfde door den vroedmeester Titsing is verlost diene het volgende.
De beroemde Heel en Verloskundige Titsing had als leerling bij zich den Heer van Hussem, later voornaam Heelmeester te Amsterdam aan wien bij tetamentaire dispositie had gelegateerd het geheele armementarium van eerstgenoemde waarin de boven vermelde forceps werd bewaard. na den dood van den Heer van Hussem werd opnieuw het geheele armementarium bij testamentaire dispositie gelegateerd aan den Heelmeester J.C. Albrecht die vroeger den hooggeschatten leerling van Van Hussem was.
als blijk van erkentenis voor bewezene diensten, schonk den Heer J.C. Albrecht aan den ondergetekende de bewuste forceps als curiositeit.
H. Krieger Schumer Heel en Vroedmeester
Amsterdam 16 maart 1840.
In de kantlijn:
Na het overlijden van den Heer H. Krieger Schumer Oct 1864 in het bezit gekomen van ZijnEd. discipel, de ondergeteekende P. Donk. Johzn Chir.
Dezen Tang door den Heer P. Donk Jzn afgestaan aan het armamentarum van het Genootschap tot bevordering van Heel en Verloskunde Julij 1871 Opgenomen in de catalogus No 246
H. Pek President